LES 14

Deze pagina is opgezet als bij les 13: de kopjes volgen niet de indeling van het werkboek, maar van de grammatica in je boek.


1 Betrekkelijke bijzin
theorie Kijk of je de theorie begrepen hebt en kunt zien of een bijzin in het Nederlands een betrekkelijke bijzin is.


2 Gebruik betrekkelijk voornaamwoord
congruentie
functie
Het betrekkelijk voornaamwoord congrueert met het antecedent in geslacht en getal. De naamval van een betr. vnw. heeft niets met het antecedent te maken, maar geeft de functie van het woordje in de bijzin aan. Kijk of je dit ook echt begrijpt. In de eerste oefening moet je bij een gegeven betr. vnw. een passend antecedent kiezen. In de tweede oefening bepaal je van drie betr. vnw. de functie in de bijzin.



3 Verbuiging betrekkelijk voornaamwoord
mannelijk
vrouwelijk
onzijdig
Kijk of je de rijtjes van het betrekkelijk voornaamwoord echt beheerst. Boek dicht!


4 Vragend voornaamwoord
theorie Kijk of je de theorie van het vragend voornaamwoord begrijpt.


Woorden
14.A
14.B
Flitskaartoefening als hulp bij het leren van de woorden van 14.A en 14.B