| LES 20 |
| 20.1 Zelfstandige naamwoorden groep 4 |
| portus rijtje portus vormen |
Twee oefeningen om het rijtje van portus goed te leren: in de eerste oefening moet je het rijtje geven, in de tweede moet je gevraagde vormen geven, bijv. 'nom.ev.'. |
| domus rijtje domus vormen |
Net als bij portus twee oefeningen om het rijtje van domus goed te leren: in de eerste oefening moet je het rijtje geven, in de tweede moet je gevraagde vormen geven. |
| 20.2 Ferre |
| flitskaart vormen geven |
Twee oefeningen om het werkwoord ferre goed te leren: een flitskaartoefening en een oefening waarbij je 10 Nederlandse vormen van 'dragen' terug moet vertalen naar het Latijn. N.B. Deze oefening kun je steeds verversen (F5): je krijgt dan weer een nieuwe serie vormen. |
| 20.3 Zelfstandige naamwoorden groep 5 |
| res rijtje res vormen |
Twee oefeningen om het rijtje van res goed te leren: in de eerste oefening moet je het rijtje geven, in de tweede moet je gevraagde vormen geven, bijv. 'nom.ev.'. |
| 20.4 Zelfstandig gebuik bijv. nw, bezit.vnw. en participium |
| vertalen | Een kleine oefening waarin je gevraagd wordt de zelfstandig gebruikte woorden uit deze paragraaf te vertalen. |
| Woorden |
| 20.A 20.B |
Flitskaartoefening als hulp bij het leren van de woorden van 20.A en 20.B |